A
datgene dat mensen geneigd zijn te gaan doen in reactie op een emotionele gebeurtenis.
Het vermogen van iemand om zich op een flexibele en veerkrachtige manier aan te passen aan veranderende omstandigheden, uitdagingen of stressvolle situaties.
De overgangsfase tussen kindertijd en volwassenheid, waarin kinderen zich ontwikkelen van volledig afhankelijk van hun ouders tot zelfstandige volwassenen. De adolescentie begint met de puberteit rond een leeftijd van 10 jaar en duurt tot een leeftijd van ongeveer 24 jaar.
Taalstoornis ten gevolge van een hersenletsel. Hierbij kan het spreken, begrijpen, lezen en schrijven in meer of mindere mate verstoord zijn.
een minder sterke stressrespons, bijvoorbeeld de hartslag of cortisolafgifte stijgt minder waneer iemand stress ervaart vergeleken met iemand met een gezond stress systeem
Artificiële intelligentie, ook wel kunstmatige intelligentie genoemd, is het nabootsen van menselijke vaardigheden door middel van een computersysteem.
Generaliserende positieve of juist negatieve houding van een persoon ten opzichte van mensen van andere groepen.
Handelingen die kunnen worden uitgevoerd zonder er al te veel bij na te moeten denken. In de context van autorijden kan men hierbij denken aan zaken zoals schakelen tussen versnellingen of een min of meer constante snelheid aanhouden.
AVI staat voor Analyse van Individualiseringsvormen en is een systeem om het technisch leesniveau van kinderen te bepalen. Kinderen lezen hardop enkele teksten van uiteenlopende moeilijkheidsgraad. Het niveau van een tekst wordt vastgesteld op basis van verschillende factoren zoals gemiddelde woordlengte, woordfrequentie en zinslengte.